Les 1 : De bodem bekeken

Les uit de methode Leefwereld van Jacob Dijkstra

Bewerkt op 17 februari 2017 door meester Rob
-------------

We lopen er op, we graven er in en we gebruiken het als vuilnisbak. We gooien er mest of kunstmest op en ploegen het elk jaar om. We bedekken het zelfs met asfalt of tegels. We kunnen de bodem blijkbaar niet met rust laten. Een natuurlijke bodem vinden we maar knap lastig. De bodem is een mengsel van zand, klei, grind en planteresten. Mensen, dieren en planten veranderen die bodem voortdurend. Planten halen met hun wortels voedingsstoffen uit de grond. Grote en kleine dieren wroeten in de grond en laten er hun uitwerpselen achter. Wormen zijn echte husselaars. Ze spitten op hun manier de grond om. Ze eten zelfs grond. Planten en dieren gaan dood. De resten komen in de grond terecht. Daar komen vervolgens beestjes, schimmels en bacteriŽn op af. Die eten en verteren deze resten en maken er humus van.

Humus is zwart en kleverig. De mensen bewerken de grond om voedsel te verbouwen, ze laten er hun vee op grazen en ze gooien er hun afval op neer. Door al deze bewerkingen en veranderingen ontstaat de bodem. Als je een kuil graaft, zie je soms lagen in verschillende kleuren. De bovenste laag met planteresten heet de strooisellaag. Daaronder wordt de grond wat zwarter. De planteresten zijn daar al een beetje verteerd. Deze laag noemen we de humuslaag. In de humuslaag zitten veel voedingsstoffen.

 

Met het regenwater zakken de voedingsstoffen nog verder de bodem in. De meeste stoffen spoelen weg uit deze bodemlaag. Die laag heet de uitspoelingslaag. Je kunt dat heel mooi zien: de zwarte kleur verdwijnt langzaam en de grond wordt steeds grijzer. De voedingsstoffen blijven in de laag daaronder hangen. Deze bruine laag wordt de inspoelingslaag genoemd. Soms wordt die bruine laag naar onderen bijna pikzwart: de oerbank. Daaronder zit vaak geel zand. Dit zand is hier vroeger aangevoerd door wind en rivieren. Niet overal gebeurt hetzelfde met de grond. Bovendien ligt er niet overal dezelfde grondsoort. In het oosten ligt veel zand, in het westen veel veen en in het noorden veel klei.

Daarom zijn er verschillende bodemsoorten ontstaan. Heel vroeger pasten de mensen zich aan aan het landschap. Met eenvoudige middelen bewerkten ze het land, en alleen daar waar het mogelijk was. Het land en de bodem veranderden hierdoor een klein beetje. Nu wordt het land met grote en zware machines bewerkt. De grond mag dus niet te nat zijn, anders zakken de machines erin weg. Daarom zijn in de grond drainagebuizen aangebracht. Deze buizen voeren het regenwater snel af naar de sloten. Toch mag het land ook niet te droog zijn voor de gewassen. Als het erg droog is, wordt het land daarom besproeid.

Je ziet het: het waterpeil wordt heel precies geregeld. Dit heeft tot gevolg dat een aantal plante- en diersoorten verdwijnt. Door het land te bemesten, kunnen gewassen beter groeien. Er kunnen daardoor meer gewassen gekweekt worden. Het gras groeit beter en dus kan er ook meer vee grazen. Maar we injecteren veel te veel gier of mest in het land. We hebben immers mest genoeg met al die varkensfokkerijen. Het teveel aan mest spoelt door de bodem in het grondwater. Gelukkig krijgt de mens steeds meer aandacht voor deze problemen en zijn er al diverse oplossingen gezocht. Zo mag een koe niet meer dan een bepaalde hoeveelheid mest produceren. Veel koeien blijven daarom ook in de zomer op stal. Afvalstoffen komen ook in de sloten terecht. Algen gaan door de aanwezigheid van mest extra hard groeien. Ze verbruiken daarbij bijna alle zuurstof in de sloot. Er blijft vrijwel niets meer over voor de vissen en andere dieren. Na een tijdje is de sloot zo dood als een pier en gaat

stinken. We gebruiken de bodem ook als vuilnisvat. Het meeste afval wordt verbrand. Toch wordt er ook nog veel afval gestort op vuilnisbelten maar ook stiekem in het bos als het gaat om chemicaliŽn. Dat is puur gif. Niet iedereen brengt zijn verfresten en batterijen daar waar het hoort. Soms lozen bedrijven stiekem hun giftig afval. Al dat gif komt in de bodem en in het grondwater terecht. Grondwater is heel belangrijk voor ons. Een groot deel gebruiken we voor de drinkwatervoorziening. Het moet dan natuurlijk eerst gezuiverd worden. Maar dat wordt door al dat gif steeds moeilijker.